Er is een nieuwe vertaling van K.P. Kavafis’ poëzie verschenen (Verborgen dichterschap) en voor het eerst is er ook een ruime selectie uit zijn proza naar het Nederlands overgezet (Als straks de schimmen komen). Hero Hokwerda heeft een monsterklus geklaard.
Op literaire weblog Tzum verscheen mijn bespreking van beide boeken:
Schimmen, geesten, herinneringen, fantasieën komen telkens opnieuw op de proppen en spoken door het oeuvre van Kavafis. Ze onderbreken de tijd, laten het verleden in het heden leeglopen en zetten de toekomst op de tocht. Boletsi haalt ter illustratie het gedicht ‘Kaarsen’ aan, waarin een rij kaarsjes langzaam kleiner wordt naarmate de tijd verstrijkt. Hun toekomst is verleden tijd, met andere woorden, terwijl ze blijven bestaan in het gedicht: ‘Naar voren kijk ik, naar mijn kaarsen die nog branden.’

Geef een reactie